Kennisbank Strafrecht Correctionele Rechtbank De beroepsmogelijkheden in strafzaken

De beroepsmogelijkheden in strafzaken

1. Hoger beroep

Wanneer een betrokken partij niet akkoord zou zijn met een vonnis van de Correctionele Rechtbank, of een onderdeel hiervan, kan deze partij steeds hoger beroep aantekenen tegen het vonnis. Dit hoger beroep kan betrekking hebben op verschillende onderdelen van het vonnis, zoals de al dan niet toegekende schadevergoedingen op burgerlijk vlak, of de uitgesproken straffen op strafrechtelijk vlak.

De partij die het beroep instelt moet wel kunnen aantonen dat zij hierbij belang heeft. De burgerlijke partij kan enkel beroep aantekenen op burgerrechtelijk vlak en niet over de uitgesproken straffen. Het Openbaar Ministerie kan enkel op strafrechtelijk gebied beroep aantekenen. De beklaagde kan op beide vlakken hoger beroep aantekenen. Wanneer het Openbaar Ministerie zijn beroep echter volgt, kan de rechter in hoger beroep ook een zwaardere straf opleggen.

De termijnen om hoger beroep in te stellen verschillen naargelang welke partij beroep instelt. De beklaagde en de burgerlijke partij beschikken over een termijn van 30 dagen na uitspraak van het vonnis om hoger beroep in te stellen. Indien de partij verstek heeft gelaten, begint de termijn van 30 dagen te lopen na betekening van het vonnis.

Het Openbaar Ministerie beschikt over een termijn van 40 dagen na uitspraak. Als hoger beroep werd ingesteld door de beklaagde of de burgerlijke partij beschikt het Openbaar Ministerie over een bijkomende termijn van 10 dagen. Deze termijn geldt ook voor de burgerlijke partij indien door de beklaagde op burgerlijk gebied hoger beroep werd ingesteld.

De wijze om hoger beroep in te stellen blijkt uit art. 203 Sv. De betrokkene dient een verklaring van hoger beroep te ondertekenen op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft uitgesproken.

Daarnaast dient sedert 01.03.2016 ook een grievenformulier te worden neergelegd binnen dezelfde termijn. In dit grievenformulier dient de betrokkene te specifiëren welke zijn grieven zijn, en dus met welke beslissingsonderdelen men niet akkoord is. (zie art. 204 Sv.)

Door het instellen van het hoger beroep zal de uitvoering van het vonnis geschorst worden. Wanneer het bestreden vonnis echter de onmiddellijke aanhouding van de beklaagde beveelt, of wanneer deze zich nog in voorlopige hechtenis bevond, zal de aanhouding uitvoerbaar blijven.

2. Voorziening in Cassatie

Enkel eindbeslissingen zijn vatbaar voor cassatie. De voorziening in cassatie is een buitengewoon rechtsmiddel dat enkel kan worden aangewend vanwege schendingen van de wet of algemene rechtsbeginselen. De cassatierechter zal niet oordelen over de feiten.

De beroepstermijn voor een voorziening in cassatie bedraagt vijftien vrije dagen. De voorziening kan enkel ingesteld worden door een advocaat die houder is van het getuigschrift voor cassatieprocedures in strafzaken.

Het Hof van Cassatie kan de beslissing casseren indien er sprake is van schendingen van de wet of algemene rechtsbeginselen. Zij kan de zaak dan opnieuw verwijzen naar een ander rechtscollege van dezelfde aanleg om een nieuwe uitspraak te doen over de zaak, rekeninghoudend met de beslissing van Cassatie. Het Hof van Cassatie moet de zaak niet verwijzen wanneer vaststaat dat er niets meer te beoordelen valt