Kennisbank Erfrecht Algemeen Een schenking herroepen?

Een schenking herroepen?

Het gebeurd dat men een roerende of onroerende goederen schenkt, waar men achteraf spijt van krijgt, of zelf financieel in de problemen komt. Kan men in dat geval op de schenking terugkomen? Ondanks het basisprincipe van de onherroepelijkheid bied de wet enkele uitzonderingen.  

 

Het principe “Gegeven is gegeven”

Het uitgangspunt is dat schenkingen niet kunnen worden omgekeerd en dus onherroepelijk zijn. “Donner et retenir ne vaut”  of “gegeven is gegeven” zegt men in dat opzicht. Eens je aldus een schenking deed, kan je daar in principe niet meer op terugkomen. De ratio hierachter is onder meer de rechtszekerheid voor de begiftigde.

Bij een testament is dit anders. Een testament kan je steeds veranderen of aanpassen. Op de regel van de onherroepelijkheid, bestaan evenwel enkele wettelijke uitzonderingen (Art. 953 BW):

 

1. Schenking tussen echtgenoten

Schenkingen tussen echtgenoten zijn een handige tool voor successieplanning. Een schenking tussen echtgenoten kan bovendien steeds worden herroepen. Als een echtgenoot tijdens het huwelijk een schenking doet aan zijn huwelijkspartner, kan hij die later dus terug intrekken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer er sprake is van een echtscheiding of zelfs na het overlijden. De herroeping kan bij notariële akte of testament.

Een dergelijke eenzijdige herroeping kan evenwel niet als de schenking plaatsvond in het huwelijkscontract of naar aanleiding van een wijziging van het huwelijkscontract. Na de echtscheiding kan de schenkende echtgenoot wel afstand doen van zijn recht tot herroeping.

 

2. Niet voldaan aan de “voorwaarde” of “last” bij de schenking (Art. 954 BW)

In de notariële akte die werd opgemaakt bij de schenking, kunnen door de schenker een aantal voorwaarden  of lasten worden opgenomen. Denk aan een verplichting om iets te geven, te doen of te laten, ten voordele van de schenker, een derde of de begiftigde zelf. Als de begiftigde deze voorwaarden vervolgens niet naleeft, kan de schenker de schenking mogelijks laten ontbinden.

De niet-uitvoering van de last moet wel voldoende ernstig zijn, waarover de rechter het laatste oordeel heeft. De rechter zal kijken naar de aard van de last, de omvang, de oorzaak en omvang van de tekortkoming, alsook de wil van de partijen.

Het is aangewezen in de schenkingsakte de last zo duidelijk mogelijk te omschrijven, zodat er achteraf minder discussie kan ontstaan over het feit of deze al dan niet werd nageleefd.

 

3. Ondankbaarheid (Art. 955 BW)

Art. 955 BW: Een schenking onder de levenden kan alleen in de volgende gevallen wegens ondankbaarheid herroepen worden:

  1. Indien de begiftigde een aanslag op het leven van de schenker heeft gepleegd;
  2. Indien hij zich tegenover hem heeft schuldig gemaakt aan mishandelingen, misdrijven of grove beledigingen;
  3. Indien hij weigert hem levensonderhoud te verschaffen.

Wanneer aan één van deze voorwaarden is voldaan zou men de schenking eveneens kunnen laten herroepen. Evenwel is dat niet zo eenvoudig en dient de rechter hierover te oordelen. In principe is de ontbinding wegens ondankbaarheid ook strikt persoonlijk, slechts uitzonderlijk zullen de erfgenamen van de schenker kunnen optreden. (Art. 957, lid 3 BW)

Zo kan men als schenker de schenking mogelijks ook herroepen als de begiftigde later weigert levensonderhoud te verstrekken en men zelf in financiële problemen geraakt. De weigering tot het bieden van onderhoudsbijdragen moet wel onwettig zijn. Dat is mogelijks niet het geval als men als schenker niet behoeftig is of als de begiftigde over onvoldoende financiële middelen hiertoe beschikt.

Heeft de schenker meerdere schenkingen gedaan, zal hij zich eerst moeten richten tegen de laatste begiftigde.

 

Een vordering voor de rechtbank

Wanneer men als schenker een schenking wil laten ontbinden, zal men hiervoor steeds een gerechtelijke procedure moeten opstarten. In die zin is het ook aan te raden een beroep te doen op een advocaat die kan adviseren over de slaagkans.

Je moet de vordering ook tijdig instellen. Zo zegt de wet dat de eis tot herroeping wegens ondankbaarheid moet ingesteld worden binnen een jaar, te rekenen van de dag van het misdrijf waarvan de schenker de begiftigde beschuldigt, of van de dag waarop het misdrijf de schenker bekend kon zijn.

 

Gevolgen van de herroeping (ontbinding)

In het geval de rechtbank de ontbinding van de schenking uitspreekt, werkt deze ontbinding terug tot op het ogenblik van de schenking of het openvallen van de nalatenschap en dit zowel tussen de schenker en begiftigde als ten opzichte van derden. De schenking wordt nooit geacht te hebben plaatsgevonden.