Kennisbank Strafrecht Misdrijven Voorbedachte rade: tussen doodslag en…

Voorbedachte rade: tussen doodslag en moord

 

 

Volgens artikel 393 van het Belgische Strafwetboek wordt doodslag bestraft met een opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar. Doodslag is het doden met het oogmerk om te doden. Dit wil zeggen dat er een intentie moest zijn om het leven van het slachtoffer te beëindigen.

Volgens artikel 394 van het Belgische strafwetboek wordt moord bestraft met een levenslange opsluiting. Om van moord te spreken moeten alle voorwaarden van de doodslag vervuld zijn, dus het doden met de intentie tot doden, maar moet er ook sprake zijn van een voorbedachte rade.

 

Stel: een verdachte heeft iemand gedood. Is het dan voldoende om hem hieraan schuldig te verklaren? Is daarmee alles gezegd? Neen, er zijn verschillende mogelijkheden en kwalificaties die kunnen toegepast worden. In dit artikel kijken we verder naar de voorwaarden die vanuit de wet maar ook vanuit de rechtspraak gegroeid zijn om begrippen zoals doodslag of moord verder te definiëren.

 

1. Onvrijwillige doodslag

 

Volgens artikel 419 van het Strafwetboek, wordt hij die onopzettelijk iemands dood veroorzaakt, gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro.

Wanneer de doding evenwel het gevolg is van een verkeersongeval dan bedraagt de gevangenisstraf drie maanden tot vijf jaar en de geldboete 50 euro tot 2000 euro.

Belangrijk is dat het hier moet gaan om een ongeval, dat niet gewild was. Er mag geen enkele sprake zijn van enig opzet.

 

Daarnaast zijn er ook feiten die wel degelijk met opzet gepleegd zijn, maar die niet de bedoeling hadden de dood te veroorzaken.

Het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen, zonder het oogmerk om te doden, die toch de dood veroorzaken, zijn strafbaar met opsluiting van vijf tot tien jaar. Dit staat te lezen in artikel 401 van het Strafwetboek.

Indien de gewelddaden voorbedacht waren, maar zonder het oogmerk om te doden, zijn de feiten strafbaar met een opsluiting van tien tot vijftien jaar.

Belangrijk is dat hier wel sprake is van opzet, maar niet van enige intentie tot doden.

 

2. Doodslag

 

Wanneer er wel sprake is van een intentie tot doden, spreekt men van doodslag.

Volgens artikel 393 van het Belgische Strafwetboek wordt doodslag bestraft met een opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar. Mits het aannemen van verzachtende omstandigheden is een lagere straf mogelijk.

Doodslag is het doden met het oogmerk om te doden. Dit wil zeggen dat er een intentie moest zijn om het leven van het slachtoffer te beëindigen.

Deze intentie kan afgeleid worden uit de verklaringen van de verdachte, maar ook uit bepaalde contextuele omstandigheden. Zo zullen bijvoorbeeld de intensiteit van de geweldplegingen, de aard van de verwondingen, de gebruikte voorwerpen of wapens aan de rechtbank een bepaald idee kunnen geven over de bedoelingen van de dader.

Als men iemand een enkele vuistslag uitdeelt op het gezicht, en deze persoon komt slecht neer en overlijdt, zal minder snel de intentie tot doden kunnen afgeleid worden. Als men daarentegen gericht iemand in de hals raakt met een mes, zal gemakkelijker de intentie tot doden kunnen afgeleid worden.

Elke zaak is anders en elk feitengeheel moet steeds door de rechtbank geïnterpreteerd worden. Daarom is het steeds raadzaam een advocaat onder de arm te nemen wanneer u in aanraking komt met dergelijke zware feiten, zij het als dader of als slachtoffer.

 

3. Moord

 

Om van moord te spreken moeten alle voorwaarden van de doodslag vervuld zijn, dus het doden met de intentie tot doden, maar moet er ook sprake zijn van een voorbedachte rade.

Volgens artikel 394 van het Belgische strafwetboek wordt moord bestraft met een levenslange opsluiting. Mits het aannemen van verzachtende omstandigheden is een lagere straf mogelijk.

Essentieel om te spreken van moord, is de voorbedachtheid of voorbedachte rade. Wat is voorbedachtheid? Het woord zegt het zelf: men heeft nagedacht vooraleer men handelde. Men heeft niet zomaar vanuit een ingeving of passionele opwelling gehandeld. Men heeft nagedacht, men heeft gepland, men heeft voorbereid en men heeft ernaar gehandeld.

In de rechtsleer en rechtspraak spreekt men van een voldoende stabiele gemoedstoestand, op een overwogen en geplande wijze tot zijn misdadige handeling besluiten en dit enige tijd alvorens het misdrijf ook effectief te voltrekken.

De constitutieve bestanddelen zijn de volgende:

  • Een besluit om een misdrijf te plegen
  • Dit besluit op een overwogen en geplande wijze
  • In een voldoende stabiele gemoedstoestand genomen
  • Een tijdsverloop tussen het besluit om het feit te plegen en de uitvoering

 

Ook de voorbedachtheid moet steeds uit de verklaringen en de context afgeleid worden. Als men vooraleer men een feit pleegt, eerst een wapen gaat halen of bepaalde voorbereidingen treft, heeft men de tijd genomen om erover na te denken. Deze tijd kan zeer kort zijn, maar geeft een element van voorbedachtheid weer.

 

Elke zaak is anders en elk feitengeheel moet steeds door de rechtbank geïnterpreteerd worden. Daarom is het steeds raadzaam een advocaat onder de arm te nemen wanneer u in aanraking komt met dergelijke zware feiten, zij het als dader of als slachtoffer.

Op zoek naar een advocaat strafrecht?

Tijdens een eerste consultatie wordt uw probleem besproken, waarbij onze advocaten het juridische kader schetsen en de mogelijke oplossingen overlopen.

MAAK EEN AFSPRAAK