Kennisbank Familierecht Algemeen De ouders gaan uit elkaar,…

De ouders gaan uit elkaar, maar wat met de kinderen?

Uit elkaar gaan is nooit eenvoudig, zeker niet als er kinderen uit het gezin werd geboren. De ouders zullen een regeling moeten treffen over het verblijf van de kinderen en het eventueel verschuldigd onderhoudsgeld. Naargelang de ouders gehuwd waren, wettelijk samenwoonden of feitelijk samenwoonden, zijn er kleine verschillen.

Wettelijke basis

Art. 203 BW
§ 1. De ouders dienen naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Indien de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind.

§ 2. Met middelen wordt onder andere bedoeld alle beroepsinkomsten, roerende en onroerende inkomsten van de ouders, alsook alle voordelen en andere middelen die hun levensstandaard en deze van de kinderen waarborgen.

Art. 203bis BW
§ 1. Elke ouder draagt bij in de kosten die voortvloeien uit de bij artikel 203, § 1, bepaalde verplichting, in verhouding tot zijn respectieve aandeel in de samengevoegde middelen.

§ 2. Onverminderd de rechten van het kind, kan elk van de ouders van de andere ouder diens bijdrage vorderen in de kosten voortvloeiende uit artikel 203, § 1.

§ 3. De kosten omvatten de gewone kosten en de buitengewone kosten. De gewone kosten zijn alle gebruikelijke kosten met betrekking tot het dagelijkse onderhoud van het kind. Onder buitengewone kosten wordt verstaan de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijkse onderhoud van het kind dat desgevallend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrijden.

Verblijfsregeling

Wanneer de ouders uit elkaar gaan, blijven ze natuurlijk nog steeds ouder van hun kinderen uit die relatie.  Het kind heeft recht op contact met zowel de moeder als de vader.  Dat is niet altijd eenvoudig en ook praktisch kunnen er zich moeilijkheden voordoen. Het is daarom van groot belang een goede verblijfsregeling uit te werken.

Indien de ouders gehuwd waren zal deze regeling in principe samen met de echtscheiding worden bepaald. Ofwel na onderling akkoord in een EOT, dan wel na een uitspraak door de Familierechtbank.

Wanneer de ouders niet gehuwd waren, dienen ze natuurlijk ook niet te verschijnen voor de Familierechtbank om de echtscheiding officieel te maken. De ouders kunnen omtrent de kinderen dan ofwel zelf een overeenkomst maken, dan wel de Familierechter enkel daarover laten oordelen.

De familierechtbank zal in principe steeds de voorkeur geven aan een gelijkmatig verdeelde huisvesting van de kinderen. Dit betekent dat het kind evenveel tijd doorbrengt bij de vader als bij de moeder. Zeer vaak zal dat een  week-weekregeling zijn, maar dat is niet noodzakelijk zo.  Dit kan ook bijvoorbeeld elk een deel van de week.

Wanneer een van de ouders niet akkoord gaat met een gelijkmatig verblijf en vindt dat het beter is voor het kind om op één hoofdadres te verblijven, zal deze dat goed moeten beargumenteren voor de Familierechter. De rechter kan omwille van ernstige redenen afwijken, maar zal dat ook goed moeten motiveren. Als voorbeelden kan je denken aan de erg jonge leeftijd van het kind, de sterk afwijkende werkuren van één van de ouders…

Onderhoudsgeld of alimentatie

Ook wat betreft de kosten van de kinderen zal een regeling tussen de ouders moeten komen.  Daarbij moet men rekening houden met:

  • de verblijfsregeling
  • de middelen van beide ouders (inkomsten, verdienvermogen, …)
  • de normale kosten van het kind
  • de buitengewone of verblijfsoverstijgende kosten van het kind (kosten voor hospitalisatie, chirurgische ingrepen, tandheelkundige kosten, kosten voor hogere studies…)
  • de kinderbijslag

De ouders kunnen in de eerste plaats opnieuw zelf een overeenkomst maken. Komen ze niet overeen, zal ook hier de rechtbank moeten oordelen op basis van bovenstaand principe. Wanneer een week-week regeling wordt uitgesproken omtrent het verblijf en de ouders een gelijkaardig inkomen genieten, zal er dus niet vaak een bijkomend onderhoudsgeld verschuldigd zijn.

Om de normale kosten van het kind te bepalen, wordt ter inspiratie vaak verwezen naar de tabellen van de gezinsbond.

Wanneer het onderhoudsgeld wordt opgelegd door de Familierechtbank, zal het automatisch worden geïndexeerd. Het is daarom als ouder ook aangewezen dit ook in de onderlinge overeenkomst te voorzien.

Herziening van het verblijf of het onderhoudsgeld

Art. 209 BW
Wanneer hij die het levensonderhoud verstrekt of hij die het geniet, tot zodanige staat komt dat de ene het niet meer kan verschaffen of de andere het niet meer nodig heeft, hetzij voor het geheel, hetzij voor een gedeelte, kan ontheffing of vermindering ervan gevorderd worden.

De regeling voor de kinderen, met inbegrip van de onderhoudsuitkering, kan altijd worden herzien door de Familierechtbank als deze strijdig is met de belangen van het kind, dan wel in geval van gewijzigde omstandigheden buiten de wil van partijen om, die de toestand van de partijen of van de kinderen ingrijpend wijzigen.
Onder gewijzigde omstandigheden verstaat men iedere verandering sedert de vorige uitspraak of overeenkomst, die determinerend waren om de onderhoudsverplichting te bepalen, onafhankelijk van de wil van partijen.