Kennisbank Strafrecht Misdrijven Drugsmisdrijven

Drugsmisdrijven

Er bestaan verschillende soorten drugsmisdrijven waarvoor een persoon vervolgd kan worden door het Openbaar Ministerie. Deze gaan van bezit, vervoer, teelt, tot handel in verdovende middelen. Er wordt een indeling gemaakt tussen de verschillende soorten verdovende middelen zoals cannabis, cocaïne, heroïne, … Bovendien wordt een duidelijk onderscheid gemaakt wanneer de feiten alleen gepleegd worden, dan wel wanneer zij kaderen binnen de activiteiten van een vereniging.

1. De straffen

Het grootste deel van deze misdrijven zijn opgenomen in de Drugswet, ofwel de Wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen. Conform artikel 2bis van de drugswet worden de daarin opgesomde overtredingen van de wet bestraft met een gevangenisstraf van drie maand tot vijf jaar en met geldboete van duizend tot honderdduizend euro (te vermenigvuldigen met opdeciemen dus x 8).

Er bestaan strafverzwaringen wanneer de misdrijven betrekking hebben op minderjarigen, wanneer zij een ongeschiktheid teweeg hebben gebracht, of wanneer de feiten daden zijn van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging. De maximumstraffen kunnen voor leidinggevende personen van een vereniging oplopen tot 15 à 20 jaar.

De wetgever voorziet zeer strenge straffen voor drugsmisdrijven, waarbij 3 maanden gevangenisstraf en een geldboete van € 8000 in theorie als minimum kunnen worden opgelegd.

Uiteraard kunnen door de rechter verzachtende omstandigheden in rekening gebracht worden waardoor de strafvorken lager uitvallen. Bovendien zijn alternatieve straffen mogelijk en vaak opportuun, zoals daar zijn de werkstraf, de autonome probatiestraf, het uitstel van tenuitvoerlegging gekoppeld aan probatiemaatregelen, …

Hier dient in het bijzonder gewezen te worden op Artikel 9 van de wet van 09.07.1975 die bepaalt dat zelfs indien er voorgaande veroordelingen zijn van die aard dat men niet meer zou voldoen aan de voorwaarden van de opschorting, het uitstel en de probatie, er toch mogelijkheden zijn binnen de drugswet wanneer één en ander kadert binnen het eigen gebruik.

Men wordt hierdoor niet uitgesloten van voornoemde mogelijkheden wanneer de drugsfeiten kaderen binnen het eigen gebruik. In deze gevallen zijn probatiemaatregelen vaak opportuun om van de verslavingsproblematiek af te geraken.

2. De verbeurdverklaring

Een tweede luik binnen het straffenarsenaal van de rechter heeft betrekking op de verbeurdverklaring. De verbeurdverklaring kan uitgesproken worden ten aanzien van alle goederen die gebruikt zijn voor het vervaardigen, verhandelen, vervoeren, … van verdovende middelen.

Vaak zullen bij een eerste arrestatie of huiszoeking een heel aantal zaken in beslag genomen worden: drugs, geld, gsm’s, gripzakjes, weegschalen, … Al deze zaken kunnen te maken hebben met het drugsfeit. Maar vaak gaat men ook verder met inbeslagnames: denk maar aan een voertuig waarvan men vermoedt dat het gebruikt wordt om drugs mee te leveren of te vervoeren. Ook dit kan in beslag genomen worden en later worden verbeurd verklaard.

De wetgever gaat echter nog verder en laat ook de verbeurdverklaring toe van vermogensvoordelen. Alle winsten die men genereert uit het plegen van strafbare feiten, kunnen afgenomen worden door de rechter. In drugsdossiers worden vaak berekeningen gemaakt op basis van telefonie-onderzoek, getuigenverklaringen, etc. De politiediensten trachten een berekening te maken op basis van hoe lang, hoe vaak, hoeveel en aan welke prijs werd verkocht. Hierdoor maakt men een raming van de winsten, waarbij men geen rekening dient te houden met aankoopprijs. Zo komt men vaak aan hele hoge winsten, die de rechter verbeurd kan verklaren wanneer zij bewezen worden geacht.

Enkel de Correctionele rechter kan beslissen dat de inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard moeten worden. Dit wil zeggen dat zij definitief worden afgenomen en tegoed komen aan de Belgische Staat. Hiervoor dient de Procureur des Konings de verbeurdverklaring evenwel verplicht schriftelijk te vorderen. Ook dient genoeg bewijs voorhanden te zijn om de verbeurdverklaring als bestraffing te kunnen opleggen. Het voorwerp moet gebruikt zijn voor, of voortkomen uit het drugsfeit waarvan sprake.

3. De (bijzondere) opsporingsmethoden

In het kader van drugsonderzoeken zijn vaak verregaande onderzoeksmaatregelen nodig. Het is van uitermate groot belang dat hierbij de procedureregels worden gerespecteerd.

De huiszoeking dient te gebeuren met ondertekend huiszoekingsbevel, tenzij deze kadert binnen een heterdaadprocedure. Het retroactief telefonieonderzoek en afluistermaatregelen, dienen te gebeuren in opdracht van de onderzoeksrechter met een rechtsgeldig gedateerd en ondertekend bevel.

Een observatie- of infiltratiemaatregel is een bijzondere opsporingsmethode die slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden toegepast, in opdracht van de onderzoeksrechter. De wet heeft hiervoor ook een speciale controle in het leven geroepen; de BOM-controle of bijzondere opsporingsmethode-controle door de KI of Kamer van Inbeschuldigingstelling.

Advocaat drugsmisdrijven?

Teneinde zeker te zijn dat de procedureregels correct werden nageleefd, is het steeds raadzaam beroep te doen op een gespecialiseerd advocaat die thuis is in dit kluwen van wetten en procedureregels. U kan steeds terecht bij onze specialist strafrecht via het kantoornummer of contactverzoek.

Op zoek naar een advocaat strafrecht?

Tijdens een eerste consultatie wordt uw probleem besproken, waarbij onze advocaten het juridische kader schetsen en de mogelijke oplossingen overlopen.

MAAK EEN AFSPRAAK