Kennisbank Strafrecht Strafuitvoering Straffen die drie jaar gevangenisstraf…

Straffen die drie jaar gevangenisstraf te boven gaan

Als de totaliteit van de opgelegde gevangenisstraffen de drie jaar effectief te boven gaat, dan zal de veroordeelde eerst de toelating van de Strafuitvoeringsrechtbank of SURB moeten krijgen vooraleer hij of zij vervroegd vrij kan komen.

De veroordeelde zal aan de strafuitvoeringsrechtbank een reclasseringsplan moeten voorleggen om te garanderen dat hij terug kan meedraaien in de maatschappij.

De veroordeelde zal een plan of project moeten voorleggen voor zijn terugkeer naar de maatschappij. Hij zal een adres moeten hebben, een zinvolle dagbesteding of werk, voldoende inkomen, de burgerlijke partijen afbetalen, … Daarnaast kunnen ook andere voorwaarden nuttig geacht worden door de SURB. De SURB zal adviezen krijgen van de gevangenisdirectie en van het Openbaar Ministerie.

In een eerste fase kunnen voorbereidende strafuitvoeringsmodaliteiten gevraagd worden, zoals beperkte detentie of elektronisch toezicht. Het einddoel is de voorwaardelijke invrijheidstelling, wat betekent dat de veroordeelde vrij is mits naleving van bepaalde voorwaarden.

Hierna worden enkele mogelijke strafuitvoeringsmodaliteiten besproken, te beginnen met de meest beperkte modaliteit.

– Uitgaansvergunning

De veroordeelde krijgt gedurende een periode van maximaal 16 uur de mogelijkheid om de gevangenis te verlaten. Dit kan om familiale redenen zijn of ter voorbereiding van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling. Deze modaliteit kan toegekend worden door de gevangenisdirectie, op verzoek van de betrokkene.

– Penitentiair verlof

De veroordeelde krijgt de mogelijkheid drie maal 36 uur per trimester naar buiten te gaan, ofwel alles tegelijk op te nemen gedurende 108 uren. Deze modaliteit kan toegekend worden door de gevangenisdirectie. Dit is ten vroegste mogelijk vanaf één jaar voordat de veroordeelde in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling.

– Onderbreking van de strafuitvoering

Omwille van ernstige en uitzonderlijke redenen van familiale of medische aard kan een onderbreking van de strafuitvoering toegekend worden gedurende maximaal drie maanden. Deze modaliteit kan toegekend worden door de gevangenisdirectie.

– Beperkte detentie

De beperkte detentie is ook gekend als de ‘halve vrijheid’, en zorgt ervoor dat de betrokkene gedurende maximaal twaalf uur per dag de gevangenis mag verlaten. Dit wordt meestal toegekend in het kader van het volgen van opleidingen of het presteren van arbeid. De gedetineerde zal dus enkel nog de nachten in de gevangenis doorbrengen.

Ingeval de gedetineerde een gevangenisstraf van minder dan drie jaar uitzit, kan de beperkte detentie op elk moment aangevraagd worden. In de gevallen dat de straffen meer dan drie jaar bedragen, zal de SURB hierover moeten oordelen op verzoek van de betrokkene. Het verzoek kan ten vroegste ingediend worden zes maanden voor de datum van diens voorwaardelijke invrijheidstelling.

– Elektronisch toezicht

Het elektronisch toezicht kan toegekend worden door de gevangenisdirectie voor de veroordeelden die minder dan drie jaar gevangenisstraf uitzitten. In de praktijk zal dit vrij gemakkelijk gebeuren wanneer de gedetineerde over een vast adres beschikt.

Wanneer de gedetineerde meer dan drie jaar gevangenisstraf uitzit, zal het verzoek door de SURB behandeld moeten worden. De betrokkene kan het verzoek ten vroegste indienen zes maanden voor de datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

– Voorwaardelijke invrijheidstelling

De voorwaardelijke invrijheidstelling of VI is de meest verregaande strafuitvoeringsmodaliteit. De betrokkene wordt immers in vrijheid gesteld, mits naleving van enkele voorwaarden.

Zoals reeds besproken onder 4.1., zal de voorwaardelijke invrijheidstelling bij veroordeelden tot minder dan drie jaar gevangenisstraf, automatisch gebeuren na het doorlopen van de tijdsvoorwaarden zoals bepaald in de Ministeriële Omzendbrieven.

Bij gedetineerden die meer dan drie jaar gevangenisstraf uitzitten, zal de SURB gevat kunnen worden vanaf één derde van de gevangenisstraf werd uitgezeten, of twee derde voor recidivisten. De aanvraag kan ingediend worden zes maanden voordien.

– Rechten van slachtoffers

Ook slachtoffers van misdrijven hebben recht op inspraak in het kader van de behandeling van het verzoek voor de strafuitvoeringsrechtbank. Zij kunnen hun bekommernissen laten gelden en de SURB kan hiermee rekening houden bij het opleggen van voorwaarden aan de gedetineerde. Een absoluut contactverbod of plaatsverbod zijn mogelijke voorwaarden die nuttig kunnen zijn voor slachtoffers.