Kennisbank Verkeersrecht Overtreding Rijden tijdens rijverbod

Rijden tijdens rijverbod

1. Niet inleveren rijbewijs na rijverbod (art. 49/1 Wegverkeerswet):

Met geldboete van € 1.600 tot € 16.000 wordt gestraft hij die, nadat tegen hem een verval van het recht op sturen werd uitgesproken, zijn rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs niet inlevert binnen de door de Koning bepaalde termijn.

In geval van verzachtende omstandigheden kan de geldboete verminderd worden, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen.

De straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.

2. Twee soorten rijverbod

Een rijverbod verbiedt u om een motorvoertuig te besturen gedurende een bepaalde periode. Door toch te rijden tijdens uw rijverbod kan u een nieuwe, bijkomende straf worden opgelegd.

Er bestaan twee soorten rijverbod:

  • • Onmiddellijke intrekking rijbewijs: dit is een tijdelijke politiemaatregel om te vermijden dat u nog achter het stuur van uw wagen kruipt. Zo kan het rijbewijs onmiddellijk worden ingetrokken indien u positief geblazen hebt bij een alcoholcontrole.
  • • Verval van het recht tot sturen: dit is een straf van een Politierechter die u verbiedt om gedurende een bepaalde periode uw wagen of andere categorieën te besturen. De rechtbank spreekt dit verval uit na bv. een ernstige snelheidsovertreding.

3. Rijden tijdens de periode van onmiddellijke intrekking (art. 30 § 3 en 4 Wegverkeerswet)

De geldboete voor rijden ondanks een ingetrokken rijbewijs bedraagt € 1.600 tot € 16.000.

Bovendien krijgt u ook een nieuw rijverbod van minimaal drie maanden en maximaal levenslang.

De Politierechter kan u mogelijks nog veroordelen tot een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.

De gevangenisstraffen en geldboeten worden verdubbeld bij herhaling van de bepalingen van § 1, § 2 of § 3, binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met toepassing van een van deze bepalingen, dat in kracht van gewijsde is gegaan.

4. Rijden tijdens rijverbod uitgesproken door de Politierechtbank (Art. 48 Wegverkeerswet)

De geldboete voor rijden tijdens verval van het recht tot sturen (zgn. ‘sturen spijts verval’) bedraagt € 4.000,00 tot € 16.000.

Bovendien krijgt u ook een nieuw rijverbod van minimaal drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang

De Politierechter kan u mogelijks nog veroordelen tot een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar.

De gevangenisstraffen en geldboeten worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.

5. Rijden zonder de opgelegde herstelonderzoeken of examens af te leggen (Art. 48 Wegverkeerswet)

Dezelfde straffen zijn van toepassing voor het rijden zonder de opgelegde herstelonderzoek af te leggen als bij een rijverbod uitgesproken door de Politierechter.

De geldboete bedraagt aldus € 4.000,00 tot € 16.000.

Bovendien krijgt u ook een nieuw rijverbod van minimaal drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang

De Politierechter kan u mogelijks nog veroordelen tot een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar.

De gevangenisstraffen en geldboeten worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.

6. Inbeslagname van uw voertuig na het rijden tijdens een rijverbod (Art. 58bis Wegverkeerswet)

De politie kan uw auto of voertuig bovendien in beslag nemen, wanneer u wordt betrapt met rijden spijts een verval. Deze inbeslagname heet officieel immobilisering van een voertuig als beveiligingsmaatregel.

Concreet betekent het dat u uw wagen pas terugkrijgt als uw rijverbod eindigt. Het voertuig wordt geïmmobiliseerd op kosten en op risico van de overtreder. Alle takel- en opslagkosten zijn dus ook voor uw rekening. Ze komen bovenop de boete.

Indien de eigenaar van het voertuig niet de overtreder is, kan hij het zonder kosten terugkrijgen. De kosten en de risico’s zijn ten laste van de overtreder.

De immobilisering mag niet langer duren dan tot het tijdstip waarop het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs wordt teruggegeven in de gevallen bedoeld in § 1 of wanneer een rechter het einde van het verval van het recht tot sturen heeft uitgesproken.

7. Uw voertuig uitlenen aan iemand die een rijverbod heeft. (Art. 49 Wegverkeerswet)

Hij die wetens een motorvoertuig voor het besturen of voor de begeleiding met het oog op de scholing, toevertrouwt aan een persoon die van het recht tot sturen vervallen is verklaard, wordt gestraft met een geldboete van € 800 euro tot € 8.000.

Indien u dus kennis heeft van een rijverbod in hoofde van een familielid of kennis, is het uitlenen aan deze persoon van uw wagen of voertuig ook strafbaar.

Deze bepaling is niet van toepassing op het personeelslid van een erkende rijschool die een regelmatig ingeschreven leerling begeleidt die zich voorbereidt op het praktisch examen opgelegd.

8. Mag ik in het buitenland rijden tijdens mijn rijverbod?

Het rijverbod geldt enkel binnen de Belgische landsgrenzen, zodat u in principe in het buitenland mag rijden. Aangezien u wel uw rijbewijs heeft moeten afgeven op de griffie van de Politierechtbank, zal dit wel betekenen dat u een internationaal rijbewijs nodig heeft.

9. Recht van verhaal van de verzekeraar

Wanneer u een ongeval veroorzaakt tijdens de periode dat u een rijverbod werd opgelegd, mag uw verzekeringsmaatschappij alle schadekosten van de tegenpartij van u terugvorderen.

Dit bedrag kan sterk oplopen, zeker wanneer er gewonden vielen in het ongeval.