Kennisbank Verkeersrecht Sanctie Rijverbod of “verval van het…

Rijverbod of “verval van het recht tot sturen”

In vele vonnissen wordt door de Politierechter naast een geldboete ook een rijverbod of verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitgesproken. Een rijverbod kan enerzijds opgelegd worden als straf, maar anderzijds ook wegens lichamelijke ongeschiktheid. Het onderscheid is vooral van belang om het rijbewijs ooit terug te krijgen en dus te worden hersteld in het recht tot sturen.

1. Niet-verplicht rijverbod als straf

In art. 38, § 1 van de Wegverkeerswet worden zes gebeurtenissen opgesomd waarbij de rechter mogelijkheid heeft om een rijverbod uit te spreken. Hij is dat in die gevallen niet verplicht, maar zal dat in de praktijk wel vaak doen.

De rechter zal in volgende gevallen een rijverbod kunnen uitspreken:

  1. In geval van de overtreding van art. 34 (intoxicatie), art. 37 (aanzetten tot dronken sturen), art. 37bis § 1 (verdovende middelen), art. 49/1 (niet tijdig inleveren van het rijbewijs na een rijverbod) of art. 62bis van de Wegverkeerswet (uitrusting die of elk ander middel dat de vaststelling van overtredingen van deze wet en van de reglementen betreffende de politie over het wegverkeer, bemoeilijkt of verhindert)
  2. Indien men wordt veroordeelt wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader en de veroordeling wordt uitgesproken wegens doding of verwonding
  3. Een overtreding van de 2e of de 3e graad
  4. Een snelheidsovertreding waar de toegelaten snelheid met meer dan 30 kilometer per uur en hoogstens 40 kilometer per uur overschreden wordt, dan wel de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 20 kilometer per uur en hoogstens 30 kilometer per uur overschreden wordt in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf
  5. Bij elke nieuwe overtreding in geval van drie veroordelingen binnen de 3 jaar
  6. Een overtreding van art. 30 § 1 (rijden zonder rijbewijs), art. 33 § 1 van de Wegverkeerswet (vluchtmisdrijf zonder gewonden).

Het rijverbod zal ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar zijn. Het verbod kan evenwel uitgesproken worden voor een periode van meer dan vijf jaar of levenslang indien de schuldige veroordeeld wordt voor een inbreuk op artikel 419 van het Strafwetboek of binnen de drie jaar vóór de overtredingen bedoeld in 1° en 5°, veroordeeld is wegens een van deze overtredingen en bij elke overtreding in geval van drie overtredingen binnen de drie jaar.

2. Verplicht rijverbod als straf

In een bepaald aantal gevallen moet de rechter verplicht een rijverbod uitspreken. Dit geldt onder andere voor:

  1. Overtredingen van de 4e graad
  2. Snelheidsovertredingen van meer dan 30 kilometer per uur te snel in de bebouwde kom
  3. Snelheidsovertredingen van meer dan 40 kilometer per uur te snel op autowegen of autosnelwegen
  4. Rijden ondanks een onmiddellijke intrekking van het rijbewijs of ondanks een rijverbod
  5. Vluchtmisdrijf na een ongeval met gewondend en/of doden
  6. Dronken rijden of soortgelijke staat
  7. Niet naleven van de bepalingen inzake een opgelegd alcoholslot

Hoe lang het rijverbod zal worden uitgesproken is afhankelijk van de overtreding. Zo moet de Politierechter voor een overtreding van de 4e graad een rijverbod uitspreken van minimum 8 dagen, maar ligt het minimum bij het rijden ondanks een rijverbod al op 3 maanden.

3. Ingang rijverbod

Indien een verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig werd uitgesproken zal het rijverbod enkele maanden na de uitspraak worden betekend door de wijkagent. Dit kan bij u thuis of na uitnodiging op het politiekantoor.

Het rijverbod moet u persoonlijk ter kennis worden gebracht door het Openbaar Ministerie. In de meeste gevallen zal u worden gevraagd om het formulier ter kennisgeving te ondertekenen.

Het rijverbod gaat vervolgens automatisch in op de vijfde dag na kennisgeving. Zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen zijn echter niet mee in deze termijn inbegrepen. Na de kennisname heeft u aldus vier dagen tijd om uw rijbewijs in te dienen op de griffie van de politierechtbank die het verval uitsprak.

Het niet tijdig inleveren maakt op zichzelf een nieuwe inbreuk uit die gestraft kan worden met een geldboete van € 200 – € 2000 (x8 opdeciemen).

De rechter kan na u gehoord te hebben oordelen om het rijverbod enkel in het weekend op te leggen. Zulks is niet meer mogelijk wanneer de rechter een alcoholslot of het opnieuw behalen van proeven oplegt. (art.40 wegverkeerswet).7

4. Vervangend rijverbod

De rechter kan een vervangbaar rijverbod koppelen aan de geldboete. Dit wil evenwel niet zeggen dat u mag kiezen om de boete niet te betalen en te opteren voor het rijverbod.

De Federale Overheidsdienst die instaat voor de inning van geldboeten zal vooreerst alle wettelijke middelen gebruiken om de veroordeelde te dwingen tot betaling met zelfs mogelijke beslagmaatregelen. Enkel indien de veroordeelde niet in staat zal zijn de geldboete te betalen, kan de uitgesproken geldboete worden vervangen door het opgelegde rijverbod.

5. Onmiddellijke intrekking en afgifte van het rijbewijs (art. 55 Wegverkeerswet)

Meestal wordt de onmiddellijke intrekking in het kader van een controle bevolen door het openbaar ministerie. De politie deelt aan de betrokkene mede welk openbaar ministerie de intrekking van het rijbewijs heeft bevolen.

De duur van de onmiddellijke intrekking bedraagt normaal steeds 15 dagen, tenzij de politierechtbank op vordering van het openbaar ministerie een verlenging van de onmiddellijk intrekking met max. 3 maanden (1 maal hernieuwbaar) uitspreekt. De dag van de intrekking zelf telt voor een hele dag. Indien de 15de dag op een zaterdag, zondag of feestdag valt, eindigt de onmiddellijke intrekking op de laatste werkdag, die de 15de dag vooraf gaat.

Het rijbewijs moet worden teruggegeven:

  • • 1° na vijftien dagen, behalve indien de politierechtbank de termijn heeft verlengd;
  • • 2° na het verstrijken van de door de politierechtbank verlengde termijn;
  • • 3° indien de rechter geen verval van het recht tot sturen uitspreekt;
  • • 4° indien de houder van een buitenlands rijbewijs die niet voldoet aan de voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te kunnen verkrijgen, het grondgebied verlaat.

Het rijbewijs mag door het openbaar ministerie dat de intrekking ervan heeft bevolen, hetzij ambtshalve, hetzij na verzoek van de houder, vervroegd teruggegeven worden. Het rijbewijs kan afgehaald worden op de griffie van de Politierechtbank. Indien het rijbewijs eerder werd afgegeven aan de politie, laat de griffie per brief weten vanaf wanneer het rijbewijs mag afgehaald worden. De afhaling moet niet persoonlijk gebeuren, maar kan ook door iemand anders mits schriftelijke volmacht.

De bestuurder die het rijbewijs niet inlevert aan de politie, wordt gestraft met gevangenisstraf van een dag tot een maand en/of met een geldboete van 80 tot 4000 euro. (Art. 58 Wegverkeerswet) In geval van verzachtende omstandigheden kan de geldboete verminderd worden, zonder dat ze minder dan 8 euro mag bedragen. De straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen het jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gedaan.

Met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van 200 euro tot 2 000 euro of met een van die straffen alleen, en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang, wordt gestraft hij die een motorvoertuig toch bestuurt terwijl zijn rijbewijs onmiddellijk is ingetrokken.

De gevangenisstraffen en geldboeten worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.(art. 30 § 3 en 4 Wegverkeerswet)

6. Beperkt rijverbod tot bepaalde categorieën

Volgens artikel 45 van de Wegverkeerswet kan de Politierechter het rijverbod ook beperken tot bepaalde categorieën van voertuigen.

Zo kan de rechter bijvoorbeeld het verval van het recht tot sturen beperken tot het besturen van een personenwagen (Rijbewijs categorie B), zodat men nog wel mag rijden met bv. een vrachtwagen (Rijbewijs categorie C).

Het rijverbod moet wel betrekking hebben op de categorie waarmee de oorspronkelijke overtreding werd begaan.

Het beperkt rijverbod is niet mogelijk in de rechter het opnieuw rijden afhankelijk maakt van herstelexamens of indien hij een alcoholslot oplegt.

7. Rijverbod wegens lichamelijke ongeschiktheid (Art. 42 Wegverkeerswet)

Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig.

De uitspraak van dit verval is mogelijk in elke graad van veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld. In de praktijk komen deze rijverboden vaak voor bij ernstig alcohol- of drugsmisbruik.

De duur van het verval van het recht tot sturen is afhankelijk van het bewijs dat betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen.

8. Rijbewijs terug na een levenslang rijverbod?

Bij een levenslang rijverbod uitgesproken als straf kan na een bepaalde periode om opheffing van het verval worden verzocht via een genadeverzoek. Via het genaderecht kan men verzoeken de uitvoering van een (gedeelte van de) straf kwijt te schelden, zoals gevangenisstraf, geldboete, verbeurdverklaring of vervallenverklaring van het recht tot sturen. Men kan ook verzoeken de straf te verminderen of omzetten of hij kan een proeftermijn toestaan.

Hij die wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van het recht tot sturen vervallen is verklaard (Art. 42 Wegverkeerswet), kan, na minstens zes maanden te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, een herziening vragen via een aan het openbaar ministerie gericht verzoekschrift voor het gerecht dat het verval heeft uitgesproken. Tegen de uitspraak van dit gerecht staat geen hoger beroep open.

Wordt het verzoek afgewezen dan kan geen nieuw verzoek worden ingediend voordat een termijn van zes maanden te rekenen van de datum van de afwijzing, is verstreken. (Art. 44 Wegverkeerswet)

De advocaten van Advo-Recht.be staan u graag bij met de opmaak van een genadeverzoek of verzoekschrift tot opheffing van het rijverbod.