Invoering nieuwe strafwetboek: werking in de tijd
Op 01.09.2026 treedt het nieuwe Belgische Strafwetboek (grotendeels) in werking. Hoe weet ik nu of de nieuwe dan wel de oude wetgeving van toepassing is op een concreet feit? Met welke criteria wordt rekening gehouden?
In overeenstemming met internationale verdragen, bepaalt artikel 2 van het nieuwe Strafwetboek hierover het volgende:
- Niemand kan worden bestraft voor een handelen of nalaten dat niet bij wet strafbaar was ten tijde van dat handelen of nalaten.
- Evenmin kan een zwaardere hoofd- of bijkomende straf worden opgelegd dan die waarin ten tijde van het plegen van het misdrijf bij wet was voorzien.
- In geval van wijziging van de strafwet na het plegen van het misdrijf gelden de voor de dader meest gunstige bepalingen.
📜 Hoofdregel
In België geldt het principe dat je kijkt wanneer de feiten gepleegd zijn (en dus niet wanneer de feiten vervolgd worden of door de rechtbank behandeld worden):
- Het oude strafwetboek is van toepassing op feiten die zijn gepleegd vóór de inwerkingtreding van het nieuwe strafwetboek.
- Het nieuwe strafwetboek geldt voor feiten gepleegd vanaf de datum van inwerkingtreding.
Er is echter een belangrijke nuance aan te brengen op dit principe:
⚖️ Belangrijke uitzondering (lex mitior)
De belangrijke nuance betreft het strafrechtelijk principe van de meest gunstigste wet (lex mitior):
- Als het nieuwe strafwetboek milder is (bv. lagere straf, minder strenge kwalificatie),
👉 dan wordt het nieuwe recht toch toegepast, zelfs op feiten van vóór de inwerkingtreding. - Als het nieuwe recht strenger is,
👉 dan blijft het oude strafwetboek gelden voor die oudere feiten.
📅 Concreet in België
Het nieuwe Belgische strafwetboek treedt voor het overgrote gedeelte in werking vanaf 01.09.2026. Daarom:
- Voor feiten vóór die datum → meestal oud recht, maar ook nieuw recht kan van toepassing zijn indien de bepalingen hierin milder zijn voor de verdachte of beklaagde
- Voor feiten na die datum → nieuw recht
🧠 Welke is nu de mildste wet? (lex mitior)
De rechtbank moet in concreto per dossier nagaan welke de meest milde toepassing is van de strafwet. Men moet hierbij desgevallend ook rekening houden met de zienswijze en verzoeken van de verdachte / beklaagde zelf. Indien hij/zij meent dat een bepaalde straf milder is dan de andere, hoewel de theorie mogelijks anders uitwijst, moet rekening worden gehouden met zijn/haar zienswijze terzake.
Men hoeft ook niet per se de volledige wetsartikelen uit het oude en het nieuwe strafwetboek ten opzichte van elkaar af te wegen. Een vorm van ‘cherry-picking’ van de mildste bepalingen of onderdelen van de verschillende wetsartikelen behoort tot de mogelijkheden.
In vele gevallen zal de praktijk uitwijzen dat het nieuwe strafwetboek vaak milder uitvalt dan het oude strafwetboek, maar een concreet nazicht geval per geval is steeds aangewezen.
U kan altijd een afspraak maken bij één van onze gespecialiseerde advocaten indien u een specifiek geval wenst te laten nakijken.
Op zoek naar een advocaat strafrecht?
Tijdens een eerste consultatie wordt uw probleem besproken, waarbij onze advocaten het juridische kader schetsen en de mogelijke oplossingen overlopen.